De nationale research infrastructuur voor EMF onderzoek

De 5G frequenties die thans vigeren c.q. in de toekomst zijn gepland, behoren weliswaar voor meer dan 90% tot de schadelijke soort, maar kunnen door een nauwkeurige bijstelling wel in meer gunstige frequentie zones terecht komen. Uit deze gegevens volgt dus ook dat bepaalde gunstige EMF-frequenties bij bepaalde ziekten therapeutisch / preventief gebruikt zouden kunnen worden en tevens dat materialen zouden kunnen worden ontwikkeld die stralingsbescherming kunnen geven door het mogelijk toevoegen van coherente frequenties aan bestaande 5G-signalen, die levensvriendelijke zijn. Tot nu toe beschikken we over veel dierproefgegevens en menselijke cellen maar systematisch onderzoek naar de meervoudige frequentie-afhankelijkheid is in feite niet gedaan.

Dit laatste aspect kan dus de basis voor verder fundamentele research opleveren, waarin ook uitdrukkelijk menselijk weefsel kan worden betrokken in de vorm van onder meer dunne, post-mortem weefselplakjes van hersenen, huid, nier, lever, darm en hart die geruime tijd “viable” blijven door te worden geïncubeerd met zuurstof en voedingsstoffen. Een duidelijk alternatief hierbij zijn specifieke celculturen en menselijk orgaanmateriaal welke uit stamcellen kan worden gekweekt.

Expositie aan relevante EMF-velden van diverse sterkten en expositieduur, in een spectrum van afzonderlijke en gecombineerde frequenties, al dan niet gemoduleerd, pulserend of continue van aard, kan systematisch worden onderzocht. In deze in vitro weefsels kunnen allerlei metabole processen worden gemeten en soms zelfs elektrische signalen worden afgeleid (hersenplakjes).

Dit kan de relevantie van dierproeven met EMF-expositie voor de mens aantonen. Verder zijn, net als bij geneesmiddel­onderzoek, naast epidemiologisch onderzoek ook bestralingsproeven met vrijwilligers mogelijk, waarbij mogelijke subtiele effecten van 5G en 4G op gedrag en cognitie kan worden gemeten onder de invloed van discrete EMF-frequenties en combinaties ervan. Ook de mogelijkheid van dubbelblind epidemiologisch onderzoek in goed gedefinieerde populaties van gezonde en/of objectief vastgestelde overgevoelige mensen kan zeker worden onderzocht en zo mogelijk geïmplementeerd. het kan helpen met een meer gerichte ontwikkeling van zendapparatuur, beschermende technologie en ook een veel betere inschatting van risicoprofielen.